Op de thee in boeddhistisch Kalmukkië

We hebben uren over de glooiende steppe gereden. Een monument met drie saiga’s, een lokale antilopesoort met een snuit als van een buitenaards wezen, heet ons welkom in Kalmukkië. Dit is de enige boeddhistische republiek van Europa, in het diepe zuiden van Rusland en vlakbij de Kaspische Zee. De witte kristallen van zoutmeren schitteren als een fata morgana naast het eindeloze asfaltlint dat de leegte doorklieft. Heel af en toe bieden de kleurrijke mozaïeksteentjes van een verlaten bushokje ons een kortstondig moment van afwisseling. Daarna is het landschap weer even leeg als daarvoor.

Kalmukkië heeft niet alleen boeddhistische tempels en stoepa’s met gebedsvlaggen, maar ook natuurgebieden. Hier leven saiga’s, pelikanen, marmotten, langooregels, steppevossen en zandboa’s. Hongor, een ranger in het Mekletinsky natuurreservaat, nodigt ons uit in zijn yurt. Hij pakt de dombura die tegen de bank staat en begint aan de snaren te plukken. Het lied dat hij aanheft gaat over in keelzang – volgens Hongor vergelijkbaar met het geluid van bronstige saiga’s. “En voor het gemekker van kalveren hebben we in het Kalmukse alfabet letters die je in het Russische niet hebt,” lacht zijn collega Badma.

Badma neemt ons mee naar een miniwoestijn die op de steppe verscholen ligt. Wolvensporen doorkruisen het woestijnzand. We hebben pech, want het is vandaag bewolkt. “Op hete dagen is het eenvoudig om saiga’s te spotten,” vertelt Badma. “Dan komen ze bij elkaar bij meertjes om te drinken.” Het is niet nodig om onze verwachtingen te temperen, want ook zonder de antilopes is het roze meer waar we even later over lopen een bijzonder natuurverschijnsel. “In de Dode Zee blijf je drijven, maar ons roze meer is zo zout dat je erop kunt lopen!” Kinderen dan toch. Volwassenen zakken vroeg of laat door de harde zoutkorst. En laat betekent in dit geval dat je dieper wegzakt in de stinkende, zwarte modder onder het oppervlak.

Behalve een woestijn en een knalroze meer heeft Badma nog een verrassing voor ons: een bron waar zout, sterk ijzerhoudend water opborrelt. Zonder meer een mooie plek, maar de saiga’s laten het opnieuw afweten en het water smaakt voor geen meter. Misschien heeft dat ook met een andere eigenschap van de bron te maken, want zodra Badma er een aansteker bij houdt, vliegt het water in brand. Of toch in ieder geval het gas dat met het water naar boven borrelt. Met de Kalmukse boterthee en kamelenmelk die Hongor ons even later in zijn yurt inschenkt spoelen we de ijzersmaak uit onze mond. Europa is groter dan ik dacht.

Op de thee bij de Vikingen van Dagestan