Een bijzondere souvenir

Gezwollen muziek klinkt uit de speakers van het stadion. Kirgizische mannen met bonte kalpaks op het hoofd schuiven naar het puntje van hun plastic kuipstoel. Gouden tanden worden blootgelachen wanneer de teams van Kazachstan en de Verenigde Staten de stoffige arena betreden. Het hippodroom van Cholpon Ata is tot de nok gevuld voor de wedstrijd Kok Boru. Zoals altijd voor deze sport: ‘dode geit polo’ – meer een soort rugby te paard – is waanzinnig populair in Centraal-Azië.

Met wapperende vlaggen rijden de teams elkaar tegemoet, waarna ze het publiek begroeten. Midden op de zandvlakte wacht een onthoofd geitenkarkas op het eerste fluitsignaal. Dan hoefgetrappel, opspattende aarde en verbeten blikken van ruiters die met de zweep tussen hun tanden geklemd naar de geit galopperen. In één vloeiende beweging tilt een ver uit zijn zadel hangende Kazach het dier van de grond, sjort het onder zijn linkerbeen en snelt in de richting van de tai kazan, de put waarin gescoord wordt. Binnen tien minuten staan de Amerikanen met drie geiten tegen nul achter, maar saai is het geen moment. Een ontsnapt paard loopt bijna twee agenten onder de voet, een Amerikaan bijt in het stof als hij over zijn eigen geit struikelt en het publiek houdt de adem in wanneer een paard akelig over het lichaam van één van de Kazachen rolt. “Een ijshockeyer is geen watje, maar niet elke ijshockeyer durft Kok Boru te spelen,” zeggen de Kirgiezen. Ik begin te begrijpen waarom.

De Amerikanen geven zich niet zonder slag of stoot gewonnen. De wild bebaarde Ladd Howell verovert de geit op zijn eigen helft, krijgt een escorte van drie blockende teamgenoten en duikt met geit en al de put in. Het Kirgizische publiek veert op uit de stoelen en moedigt de Amerikaanse cowboys aan met een daverend applaus. Even krijgen de spelers vleugels en Howell scoort zelfs de 3-2. Daarna herpakken de Kazachen zich. Waar de Amerikanen soms moeite hebben om de dode geit vanuit stilstand op hun paard te hijsen, gooien de Kazachen de ruim 30 kilo wegende ‘bal’ onderling over alsof hij niets weegt.

Met een tussenstand van 5-2 gaan de van het zweet druipende paarden en spelers de eerste rust in. Westernmuziek schalt uit de speakers. Terwijl ik worstel met een bolletje paardenmelkijs (ik vraag me af of ik niet stiekem bevoren kots zit te eten) schuift de Kirgizische tv bij me aan voor een interview. “En, nu er steeds meer internationale teams meedoen, zoals de VS en Frankrijk, denk je dat Nederland de volgende keer ook een team opstelt?” wordt me in het Russisch gevraagd. “We hebben in Nederland geiten, we hebben paarden. Nu nog een sponsor.” Dat had ik moeten zeggen.

Kazachstan komt de tweede periode vliegend uit de startblokken en is voortdurend in geitbezit. De tai kazan aan Amerikaanse zijde vertoont steeds meer rode vegen. De Kazachen zijn duidelijk op elkaar ingespeeld, beuken met hun rijdieren op de tegenstander in en rijden vrijwel elke Amerikaanse aanval klem. Toch is Howell de publiekslieveling. Hij lijkt even verbaasd als de toeschouwers wanneer hij van zijn paard rolt en op de rand van de tai kazan belandt. Daar houdt hij met zijn handen een geit van Kazachstan tegen. Mag dat? Het kan duizenden fans niets schelen. Juichend springen ze op als Howell van de tai kazan op zijn paard springt, dat een paar meter verderop geparkeerd staat. “Dat is zelfs voor Kirgiezen moeilijk!” roept een uitzinnige toeschouwer.

Met een eindstand van 20–9 verlaten de Amerikanen de arena met opgeheven hoofden. Na de wedstrijd spreek ik Ladd Howell. “Het paard zweette, het bloedde. Het dier heeft me beschermd. Na afloop moest ik een traantje wegpinken,” vertelt de sterspeler van de Amerikanen. Thuis werkt hij ook met paarden – als cowboy en op rodeo’s. Maar dit was anders. “It’s like we’ve been to war together,” zegt Howell, frunnikend aan de scheur in zijn wedstrijdshirt waar hij door een ander paard is gebeten. “Ik ga vragen of ik sperma van deze hengst mee naar huis mag nemen, om mijn merries mee te insemineren.” Een heel logische vraag, in paardengek Kirgizië. Alleen die paardenmelk, daar blijf ik mijn twijfels over houden.

Ontsnapt aan ordentelijkheid