Alpenlandje met sterallures

Een eenpersoons trampoline op een balkonnetje. Leenfietsjes bij de bushalte. Bijenhotels op kabouterformaat. Ik ben op minivakantie in dwergstaat Liechtenstein en zie overal kleine dingen. De palmboompjes en conifeertjes op Camping Mittagspitze reiken amper tot kniehoogte en bij de receptie mag ik grabbelen in een bak walnootjes die nauwelijks groter zijn dan hazelnoten. Zelfs Covid-19 is hier klein bier: ‘Voor de meeste mensen verloopt een besmetting met het coronavirus ongevaarlijk,’ lezen we op de website van het Liechtensteiner equivalent van het RIVM.

Met een oppervlakte van 160 km2 is Liechtenstein het op vijf na kleinste land ter wereld. Het is ook het enige land ter wereld dat vernoemd is naar de familie die het kocht. Niet dat de aankoop prins Hans-Adam I destijds veel interesseerde – pas 120 jaar later zetten zijn nakomelingen voor het eerst voet in het staatje. Liechtenstein bleef lang een achtergesteld boerengebied dat het nieuws alleen haalde wanneer onderstreept kon worden hoe achterlijk ze er waren. Zo werd de sportequipe op de Olympische Spelen van 1936 in verlegenheid gebracht toen men zich realiseerde dat hun vlag een exacte kopie was van die van Haïti, dat een paar minuten eerder het stadion binnen liep. Er werd besloten een gouden kroontje op de vlag te plakken om verwarring te voorkomen. En tussen 1971 en 1984 had Liechtenstein de twijfelachtige eer het laatste land in Europa te zijn waar vrouwen geen stemrecht hadden.

‘Pas op, voorrangsweg over 27 meter’, waarschuwt een verkeersbord. Ook in de petieterige hoofdstad Vaduz telt elke meter. Jarenlang was Liechtenstein een paradijs voor belastingontduikers, maar een tweede Monaco is het nooit geworden. Ferrari’s en Porsches rijden er stapvoets achter trekkers. Tussen de gebouwen liggen wijngaarden en lopen koeien te grazen.

Vaduz is de reden dat reizigers Liechtenstein met enige regelmaat tot ‘saaiste land van Europa’ bestempelen. Toegegeven, het gerestylede centrum met zijn zandkleurige parlementsgebouw en abstracte beelden had ook in Almere-Buiten of Purmerend kunnen ontspruiten. Met een kitscherig regeringsgebouw en een ijssalon waar je voor een paar euro een stempel in je paspoort kunt laten zetten zijn de attracties van Vaduz beperkt. Fraaier zijn de overdekte houten loopbrug over de Rijn en het slot van Prins Hans-Adam II, dat dreigend over de hoofdstad waakt.

Bezoekers zijn bij hem thuis niet welkom. Zijne Doorluchtige Prins Hans-Adam II von und zu Liechtenstein houdt niet van pottenkijkers. En ook niet van tegenspraak. De prins, die ooit het patent op basmatirijst bezat en een fortuin van zo’n vier miljard euro heeft, regeert het land met ijzeren hand. De rijkste monarch van Europa heeft meermaals gedreigd met zijn kapitaal naar Oostenrijk te verkassen wanneer de regering op het punt stond een hem onwelgevallige beslissing te nemen. Als je een land koopt moet je het goed doen. Zijn 38.000 onderdanen piekeren er niet over meer inspraak te eisen: hier en daar een Ferrari of Porsche bevalt toch beter dan alleen maar trekkers.

Chacha, torens en diepe afgronden in Tusheti